afbeelding van KantoorKaravaan
KantoorKaravaan Auteur

Het begin van het einde?

Tom van de Beek bezocht het droomachtige spookdorp Tomioka, middenin het Fukushima gebied in Japan.

Tom van de Beek in Tomioka, Fukushima - Japan
Tom van de Beek in Tomioka, Fukushima - Japan

Japan, Oktober 2015. De strakblauwe lucht en de warme herfstzon vragen om een t-shirt en shorts. Het gras nodigt me uit om lekker op te gaan liggen. In plaats daarvan hijs ik mezelf in een wit pak, blauwe plastic zakken over m’n schoenen en een zuurstofmasker voor m’n mond. De straten zijn verlaten. Ik hoor alleen het geluid van vogels en het ruisen van de lichte bries langs de stoplichten die oranje knipperen. Stoffige brommers en een frisdrankautomaat waar de blikjes cola-light en oolong-thee nog in staan, zijn de stille getuigen van wat hier vier en een half jaar geleden gebeurde.

 

Fukushima

Op 11 maart 2011 werd de wereld opgeschrikt door beelden die bij iedereen nog wel op het netvlies zullen staan. Een zeer zware aardbeving van 9 op de schaal van Richter zorgde voor een verwoestende tsunami aan de kust van Tōhoku, Japan. Tienduizenden mensen verloren hun leven, of hun huis en haard. En alsof dat nog niet genoeg was, ontplofte in de prefectuur Fukushima een drietal kernreactoren. Met als gevolg de acute evacuatie van honderdduizenden mensen en de dreiging van een nog grotere ramp; de volledige melt-down van de kerncentrale in Fukushima. Na de ramp bleven de verontrustende berichten uit Japan komen - heeft men de problemen wel onder controle? Maar naarmate de jaren verstreken werd het steeds stiller. De Japanse overheid kwam met zalvende berichten en lanceerde campagnes met als strekking ‘Fukushima is een veilige plek’.

Al snel werden de berichten dat Fukushima veilig was door diverse wetenschappers weerlegd. Ook bezorgde burgers spraken zich uit. Dit jaar nog verzamelden zich bijna tweehonderdduizend demonstranten - ongekend voor Japanse begrippen - voor het regeringsgebouw om te protesteren tegen de heropening van kerncentrales, waarvan Japan er in totaal 48 telt. Het mocht niet baten. Deze zomer liet de regering de eerste kerncentrale weer in werking gaan. Voor de organisatie Green Cross International aanleiding om een studiereis naar Fukushima te organiseren met een gevarieerd gezelschap van wetenschappers, politici, journalisten en opiniemakers. Waaronder ik zelf. Uitgangspunt van de reis: hoe zit het nou écht?

 

Raak niets aan

Ondertussen loop ik door het spookstadje Tomioka. Dit plaatsje ligt op ongeveer 10 kilometer van de kerncentrale. Het kende tijdens de ramp 16.000 inwoners. Nu is er niemand meer. Rijpe vruchten hangen aan de bomen, onkruid groeit door de scheuren in het beton, rafelige gordijnen wapperen door gebroken ruiten, struiken staan in bloei. Ik heb de neiging het fruit uit de bomen te plukken, maar helaas: de Geiger-meter piept vervaarlijk en geeft hoge radioactieve waarden aan.

Raak niets aan,” is het devies wat we keer op keer te horen krijgen van de gids. De straling is een onzichtbaar en onhoorbaar monster, dat alles wat ogenschijnlijk mooi en vredig is, verandert in direct gevaar. Fysiek, want kanker ligt op de loer. Maar ook psychisch, juist omdat het zo ongrijpbaar en ontwrichtend is.

Meer dan 120.000 mensen kunnen nog altijd niet terug naar hun woonplaats. Ze zijn verspreid over heel Japan ondergebracht bij familie en kennissen. Of ondergebracht in zogenaamde evacuee residences, een sjieker woord voor vluchtelingenkamp.

 

Met man en macht

In Japan wordt met man en macht gewerkt aan het oplossen van de problemen in Fukushima. Bij de kerncentrale zelf gaat het vooral om damage control. Koortsachtig verzint men ideeën om nieuwe rampen te voorkomen en de huidige situatie onder controle te krijgen. Wat dacht je bijvoorbeeld van een heuse ice wall, een muur van ijs onder de grond, die moet voorkomen dat vervuild water wegsijpelt? Het is nog maar de vraag of deze oplossing voldoende soelaas gaat bieden. En wat te doen met de vier miljoen ton radioactief water die elke dag in grote tanks wordt opgeslagen?

In een zeer groot gebied rondom Fukushima wordt gewerkt aan de decontaminatie van de vervuilde grond. Dat heeft tot nu toe geresulteerd in 22 miljoen(!) grote zakken van 1m3 vervuilde aarde, die in lange, driedubbele rijen langs de kust staan opgesteld. Wat hier mee moet gebeuren? Niemand die het weet. Bovendien is zo’n zak maar drie jaar ‘houdbaar’ dus zou het inmiddels eigenlijk al moeten worden overgeplaatst in nieuwe zakken. Maar niemand die het doet. Eén mini-tsunami en een groot deel van deze radioactieve aarde zou in zee verdwijnen, met alle gevolgen van dien. Niemand die daar rekening mee houdt.

 

Met onhygiënische kinderen speel je niet

En dat is nog niet alles. Inmiddels zijn meer dan 150 gevallen van schildklierkanker vastgesteld bij kinderen uit de regio. Dat is 300 keer zo hoog als normaal. De verwachting is dat dit de komende jaren - net zoals in Tsjernobyl - nog flink gaat toenemen. Maar als je die dans als kind al ontsprongen bent, ligt een ander reëel gevaar op de loer: stigmatisering. Kinderen uit de besmette gebieden die nu elders wonen worden gezien als ‘onhygiënisch’. Daar ga je liever niet mee spelen. Het is zelfs zo erg dat sommige ouders niet meer vertellen waar ze vandaan komen. Of de nummerplaten van hun auto verwisselen, zodat het niet zichtbaar is dat ze uit Fukushima afkomstig zijn. In de Japanse cultuur - waar toch al niet gefaald mag worden - komt dit extra hard aan. De verwachting bij experts is dan ook dat het aantal depressies en zelfmoorden ten gevolge van de ramp de komende jaren veel groter zal zijn, dan het aantal directe slachtoffers.

 

Onze honger is te stillen

Hoe langer ik in het verlaten gebied rondloop, hoe meer ik het gevoel krijg in een nachtmerrie beland te zijn. Zo eentje waar je als enige over bent, alleen op de wereld. En waar je zelfs de aarde, de planten, het water, de lucht - de bronnen van het leven - niet mag aanraken, opeten, of inademen. Onwezenlijk. Maar nachtmerries overkomen je, je kunt ze niet vóórkomen. Deze ramp is door menselijk toedoen veroorzaakt. Ik vraag me af waarom. Waarom zijn we als mensen bereid dit soort risico’s te nemen? En hoe ver willen we daarin gaan? Willen we überhaupt de kans lopen onze habitat onleefbaar te maken voor de huidige en vele toekomstige generaties?

Misschien wordt het tijd om onze onstilbare honger naar energie onder ogen te zien. Zijn er wellicht andere manieren van samenleven, een goed functionerend low-energy maatschappij die zonder kernenergie en fossiele brandstoffen kan?

Met die vragen in m’n hoofd laat ik Tomioka weer achter me. De droom uit, terug naar de bewoonde wereld. De tijd zal uitwijzen of de door ons mensen ingeslagen weg de juiste is gebleken. Of nee, de tijd hééft ons al geleerd dat kernenergie geen goed idee was. En er zijn al zoveel alternatieven die wél schoon, goedkoop en risicoloos zijn. Laten we vooral dáár onze energie in steken en zo werken aan de wereld van morgen. Fukushima; het begin van het einde.

You try to wash it out but it’s a stain that won’t dissolve. We all believed in gold until we walked against the wall. ~ Manchester Orchestra - Top Notch

afbeelding van KantoorKaravaan
KantoorKaravaan Auteur
INSPIRATIE

Meer blogs in Natuur en milieu

Alle 1.610 blogs