afbeelding van Elky Rosa
Elky Rosa Auteur

Ecologisch intensiveren, wat is dat eigenlijk?

Stijn van Gils duikt de grond in op zoek naar het nuttige van de natuur

Een bodemvoedselweb bron: Ron de Goede, Sectie Bodemkwaliteit (of Departement of Soil Quality), Wageningen University & Research
Een bodemvoedselweb door Ron de Goede

Omgeven door een grijs wolkendek doemt het gebouw van het NIOO-KNAW op uit de mist. In dit volledig duurzame gebouw werkt promovendus Stijn van Gils. Hij maakt deel uit van het Europese onderzoeksproject Liberation waarin wordt gezocht naar slimme manieren om de diensten van de natuur met elkaar te combineren. Ofwel ecologisch intensiveren. Wat is het en wat kunnen we er mee?

De natuur als voorbeeld

‘Eigenlijk is ecologisch intensiveren het nuttige van de natuur gebruiken om meer opbrengst uit de landbouw te halen, in plaat van het gebruik van pesticiden en kunstmest’, legt Stijn uit. De onderzoekers van Liberation, een samenwerkingsverband tussen onder andere NIOO-KNAW en Wageningen University & Research, kijken hiervoor hoe die kunstmatige middelen kunnen worden vervangen door ecosysteemdiensten als een natuurlijke nutriëntenkringloop in de bodem, bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding. ‘De natuur heeft natuurlijke vijanden van plagen. Bijvoorbeeld de sluipwesp. Dit is een klein wespje die eitjes legt in rupsen of bladluis. Hierdoor sterft uiteindelijk de rups of bladluis.  Boeren willen graag van de bladluis af omdat zij energie van de plant wegnemen en ziektes kunnen verspreiden. 

 

 

Natuur naar de zin maken

Om de bladluis tegen te gaan zetten zij vaak nog chemische bestrijdingsmiddelen in. Dit heeft een hoop nadelen; niet alles wordt goed afgebroken en de middelen zijn niet altijd specifiek genoeg waardoor ook de natuurlijke vijanden sterven. Hiermee verwoest je dus het ecologische systeem. Terwijl juist het natuurlijke systeem mechanismen kent die je kunt inzetten. 'Maar dan moet je je je akker wel aantrekkelijk maken voor natuurlijke vijanden’, stelt Stijn. Dit kun je doen door het aanleggen van akkerranden met bloemen. ‘Een sluipwesp heeft nectar nodig. Als er geen bloemen aanwezig zijn, vertrekt de sluipwesp en kan bladluis de overhand nemen.’ 

Het zwarte goud

Hoewel de aanleg van een bloemenrand helpt, is dit niet het enige dat meespeelt. Er zijn veel meer factoren die betrokken zijn bij het creëren of het in stand houden van een optimaal ecologisch klimaat. Een belangrijke rol is weggelegd voor de bodem. Om een zo groot mogelijke productie te krijgen, moet je het ook het leven in de grond naar de zin maken. Dit is het element waar Stijn zich in zijn onderzoek op focust. Hij kijkt naar de zogenaamde ‘organische stof’. Dit is de verzamelnaam voor al het materiaal dat zich in de bodem bevindt, afkomstig van micro-organismen, planten en dieren. Organisch materiaal is de voedselbron voor alle bodemorganismen en is van grote invloed op de vruchtbaarheid van de grond. Met kas- en veldexperimenten gaat Stijn na in hoeverre de organische stof van invloed is op bovengrondse ecosysteemdiensten.

Bodem in potjes

Hiervoor heeft Stijn grond verzameld van akkers uit heel Nederland. Uitgangspunt hierbij zijn percelen waarbij wel kunstmest en pesticiden zijn gebruikt. ‘Met een guts neem ik van verschillende plekjes van een perceel, zo’n 10-15 kilo grond mee. Ik meet de hoeveelheid stikstof, fosfor, koolstof en kijk naar de aanwezigheid van bacteriën en schimmels. In een kas kijk ik naar de groeiontwikkeling van planten in die grond. Zo krijg ik een goed beeld wat voor een effect de samenstelling van de grond heeft op de groei van een gewas.’ 

Bladluizen, en nog meer bladluizen

Naast de samenstelling van grond, wil Stijn ook weten wat het effect is op de aanwezigheid van bladluis. 'Voor dit experiment bekeek ik 6500 tarwesprieten. De eerste telling telde ik met de hand 205 bladluizen, de tweede keer 803 en de derde 1038 bladluizen.' Dit zijn helemaal niet zoveel bladluizen, als je de aantallen van een later kasexperiment weet. 'Bij het kasexperiment met biologische grond hadden we geen sluipwespen, de bladluizen konden vrijuit vermenigvuldigen. Bij de laatste telling heb ik 18487 bladluizen geteld op maar 420 sprieten.' Hier zie je meteen dat de aanwezigheid van de natuurlijke vijanden als de sluipwesp of het lieveheersbeestje een enorm verschil maakt!

Natuurlijk hergebruik

Stijn benadrukt dat een gezonde bodem, zonder ziektes, heel belangrijk is. ‘Een bodem is gezond wanneer er genoeg nuttige bodemorganismen zijn. Als je die organismen wilt hebben, dan kun je voedingsstoffen toevoegen.’ Natuurlijke voedingsstoffen zijn compost, mest van dieren en plantenresten. Belangrijke elementen uit de resten van planten zijn stikstof, fosfor en koolstof. Deze voeden de bodem en op die manier hergebruikt de natuur zijn afvalproducten. Door het vastleggen van koolstof draagt de natuur uiteindelijk ook bij aan het reduceren van het CO2-gehalte.

Dit klinkt natuurlijk goed maar uit het onderzoek van Stijn komt naar voren dat koolstof niet per se bevorderlijk is voor de groei van je gewassen. ‘Wanneer je veel koolstof hebt, dan proberen organismen de koolstof af te breken. Hierdoor kan ook het voedselweb veranderen; de organismen hebben meer meststoffen nodig (stikstof en fosfor) om de koolstof af te breken en deze zijn dan niet meer beschikbaar voor de plant.’ 

Kennis voor keuzes

Ook de soort grond heeft invloed. Stijn deed dit onderzoek op gewone landbouwgronden waar kunstmest en pesticiden worden gebruikt. Misschien dat het voedselweb de plant daarom niet zo goed kan helpen. Zijn vraag is nu of er hetzelfde gebeurt op een biologisch perceel; een akker waar geen kunstmest en pesticiden zijn gebruikt. ‘Het kan zijn dat het bodemvoedselweb zich beter aanpast en de meststoffen wel naar de plant kunnen en het gewas beter groeit.

Veel is nog onduidelijk en in ontwikkeling op het terrein van ecologisch intensiveren. Duidelijk is in ieder geval dat als je bodem anders is, je plant anders groeit. Hij wordt lekkerder of minder lekker voor de bladluis of rups. De kunst is om te achterhalen wat een goede bodem is. 'Als je weet wat een goede bodem is en wat je ervoor kunt gebruiken dan is dat goed voor de landbouw. Je wil proberen je landschap zo in te richten dat je zoveel mogelijk lieveheersbeestjes en sluipwespen hebt. En je wilt je bodem zo inrichten dat de plant niet ziek wordt.’

Stijn denkt dat wanneer er meer kennis voorhanden is op dit gebied, boeren keuzes gaan maken. ‘De ene boer zal een meer technologische kant op gaan, terwijl de ander kiest voor een samenwerking met de natuur.’ 

Bron foto: Ron de Goede, Sectie Bodemkwaliteit (of Departement of Soil Quality), Wageningen University & Research

afbeelding van Elky Rosa
Elky Rosa Auteur

freelance journalist / presentator / schrijver met een focus op kunst, cultuur, onderwijs en ondernemerschap.

INSPIRATIE

Meer blogs in Natuur en milieu

Alle 1.550 blogs