afbeelding van Redactie
Redactie Auteur

Charlotte Scheltus over uitspraak rechtszaak Shell: 'Het is een begin'.

Afgelopen woensdag, 30 januari, was de rechtszaak over de aansprakelijkheid van Shell voor olielekkages. Milieudefensie vertegenwoordigde in deze zaak vier door vervuiling getroffen Nigeriaanse boeren en vissers, te weten: de heren Akpan, Oguru, Efanga en Dooh. De organisatie meent dat de lekkages te wijten zijn aan gebrekkig onderhoud. Shell zegt dat sabotage de oorzaak is.

Hieronder een toelichting op de zaak door mensenrechten deskundige Charlotte Scheltus, medewerker duurzaamheidsbeleid bij ASN Bank.

Shell Nigeria veroordeeld

De rechtbank Den Haag heeft op 30 januari 2013 uitspraak gedaan in vijf rechtszaken over de aansprakelijkheid van Shell voor olielekkages in Nigeria. In één van de zaken is Shell Nigeria (dat is Shell Petroleum Development Company of Nigeria Ltd, de Nigeriaanse dochteronderneming van het Shell-concern) veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding. Dit is de eerste keer dat Shell wordt veroordeeld voor het betalen van schadevergoeding en biedt ook andere slachtoffers van milieuvervuiling door multinationals hoop. In de andere vier zaken zijn alle vorderingen afgewezen. Het moederbedrijf Shell is vrijgesproken. Hoewel dit een begin is, zijn we er nog lang niet.

Responsibility to respect

Shell Nigeria had die sabotage eenvoudig kunnen en moeten voorkomen door vóór 2006 al de betonplug te plaatsen, die zij pas in 2010 tijdens de lopende rechtszaak heeft geplaatst. Deze redenering van de rechtbank ligt in lijn met de ‘responsibility to respect’ van professor John Ruggie, één van de pijlers uit het 'Ruggie-raamwerk' (een beleidskader voor bedrijven over de toepassing van mensenrechten). Omdat Shell Nigeria nalatig is geweest in het voorkomen van de sabotage heeft de rechtbank Shell Nigeria in die zaak veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de Nigeriaanse eiser, de heer Akpan.

Ander vier olielekkages

De rechtbank heeft vastgesteld dat de andere vier olielekkages niet het gevolg zijn van gebrekkig onderhoud door Shell, maar van sabotage door derden. In de vier rechtszaken over een olielekkage in 2004 bij het dorp Goi en over een olielekkage in 2005 bij het dorp Oruma had Shell Nigeria naar het oordeel van de rechtbank voldoende preventieve maatregelen genomen om sabotage aan zijn ondergrondse oliepijpleidingen te voorkomen. Daarom heeft de Haagse rechtbank, volgens de hoofdregel van het Nigeriaans recht, de vorderingen in die vier zaken van de eisers Oguru, Efanga en Dooh afgewezen.

Slecht onderhoud of sabotage

De responsibility to respect gaat veel verder echter dan het toepasselijke Nigeriaanse recht. Je kunt je dan ook afvragen of de vorderingen in de andere vier zaken terecht zijn afgewezen. Volgens het raamwerk van Ruggie zou gesteld kunnen worden dat het bedrijf  na een due diligence onderzoek  (een onderzoek gericht op het vaststellen van de juistheid van de aan de koper gepresenteerde informatie en het in beeld brengen van risico’s en kansen van de over te nemen onderneming) rekening had moeten houden met de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, dat dergelijke sabotages zouden voorkomen. En dat dat risico een onderdeel is van de activiteiten van het bedrijf en dus binnen zijn verantwoordelijkheid valt. Daarbij zou het onderscheid tussen of de lekkages zijn veroorzaakt door slecht onderhoud van pijpleidingen of door sabotage, zoals de rechter doet, er niet toe moeten doen.

Daarbij zijn alle vorderingen tegen de moedermaatschappijen Royal Dutch Shell afgewezen. RDS kan in het huidige recht op basis van deze feiten alleen aansprakelijk worden gesteld voor de aangerichte schade als wordt bewezen dat er daadwerkelijk sturing vanuit Nederland plaatsvindt. Dit is lastig omdat RSD niet zo transparant is dat kan worden ingezien hoe de sturing gebeurt.

Hiaten

Nu loont het voor bedrijven om te opereren in landen waar de wetgeving niet op orde is, of waar wetgeving minder streng is. Dit zijn hiaten die met het Ruggie raamwerk voorkomen kunnen worden. De hoop is dat rechters in de toekomst niet strikt de nationale wetgeving van een land interpreteren, maar internationale kaders, zoals die van Ruggie gaan toepassen om de verantwoordelijkheden van bedrijven te bepalen. Vanuit het perspectief van Ruggie zijn bedrijven aansprakelijk voor hun dochterondernemingen (ongeacht de sturing) en de impact die zij met hun bedrijfsvoering elders hebben.

Hieruit blijkt eens te meer dat bedrijven meer moeten doen dan de wetgeving in bepaalde landen bepaalt en hun ethische besef moeten laten spreken. Bedrijven moeten verantwoordelijkheid nemen voor de effecten van hun activiteiten op mensenrechten en het milieu. Daarbij moeten zij een remedie geven aan gedupeerde,

Charlotte Scheltus is Junior Adviseur Duurzaamheid en Mensenrechten bij ASN Bank. Voor vragen kun je contact opnemen met Charlotte Scheltus via e-mail. 

 

Wat kun jij doen?

Je kunt Milieudefensie steunen in haar strijd naar gerechtigheid, door een donatie te doen via de website van Milieudefensie.

Je kunt op de site van Milieudefensie meer lezen over de uitslag van de rechtszaak.

Foto: website BNR.

afbeelding van Redactie
Redactie Auteur

Het team van Voor de Wereld van Morgen blogt, twittert en belt er de hele dag op los. We interviewen inspirerende duurzame ondernemers. We spreken met deskundigen over actuele thema's. We organiseren netwerkborrels voor ondernemers in onze community en bieden inspiratie voor een duurzame lifestyle. Wie zijn wij? Milou (community manager), Maartje (communicatie-adviseur), Jessie (redactie en social-media). Wil je iets aan ons kwijt? Mail dan naar voordewereldvanmorgen@asnbank.nl.

INSPIRATIE

Meer blogs in Mens en samenleving

Alle 1.552 blogs