Klimaat
Energie

Deze zonneparken passen wél in ons landschap 

Mooie combinaties van zonne-energie met landbouw, natuur en recreatie maken omwonenden wél enthousiast.
19-11-2021 - door Koen
Zonnepanelen De Kwekerij

Een zonnepark waar je graag doorheen loopt: Solarpark De Kwekerij.

De term zonnepark roept bij veel mensen negatieve associaties op. Een vlakte vol met spiegelende panelen waar niets onder groeit. Maar lokale initiatieven en innovatieve projecten laten zien dat het anders kan: mooie combinaties met landbouw, natuur en recreatie.

Net als de bouw van windmolens kan ook de aanleg van zonneweides op flink wat weerstand rekenen. Veel mensen vinden ze lelijk of vinden het zonde van de landbouwgrond die ervoor wordt opgeofferd. Ecologen waarschuwen bovendien voor negatieve invloed op de natuur. Maar een juiste inpassing in het landschap en vooral het combineren van functies zou weleens veel bezwaren kunnen wegnemen.

Kay Cesar, onderzoeker bij TNO en voorzitter van het Nationaal Consortium Zon in Landschap, houdt zich bezig met deze uitdaging. “In het buitenland worden zonneparken op enorme schaal neergezet, soms in woestijnen. Het is onze uitdaging dat te vertalen naar iets wat past in ons kleine dichtbevolkte landje”, zegt Cesar. In deze samenwerking delen onderzoeksinstellingen en bedrijven kennis over hoe zonneparken beter ingepast kunnen worden in het landschap en hoe ze gecombineerd kunnen worden met andere functies op dezelfde plek. Daaruit ontstaan vernieuwende ideeën die door de wetenschappers verder worden ontwikkeld.

Een zonneweide zoals de meeste mensen 'm niet graag zien: een spiegelende vlakte waar niets onder kan groeien.  Foto: iStock.

Landbouw en zonne-energie

Een van de innovatieve projecten waarbij TNO betrokken is, is Symbizon. “Dat is een project waarin er niet alleen wordt gewerkt aan de energietransitie, maar ook aan de landbouwtransitie. In het zonnepark vindt ook strokenteel plaats, een vorm van natuurinclusieve landbouw waarbij in elke strook een ander gewas wordt geteeld. Als er dan een plaag de kop op steekt, is niet meteen de hele oogst verloren. Hierdoor hoeft de boer minder pesticiden te gebruiken. Dit concept is goed te combineren met zonnepanelen: tussen elke rij panelen ligt een strook met een ander gewas. Onder de zonnepanelen kunnen kruiden groeien, waar insecten op afkomen die weer als natuurlijke plaagbestrijding kunnen fungeren.”

 Ideale combinatie: zachtfruit wordt geteeld onder beschermende platen met zonnepanelen. Foto: Groenleven

Bessenteelt onder zonnepanelen

Een andere mooie combinatie, waarbij de ruimte op meerdere manieren tegelijk wordt gebruikt, is een proef met bessenteelt onder zonnepanelen. “Bij zacht fruit zoals frambozen wordt sowieso altijd een folie boven de planten gespannen om de ergste weersinvloeden zoals hagel tegen te houden”, zegt Cesar. In dit project wordt die folie vervangen door schermen met zonnecollectoren. Een groot voordeel is ook nog dat onder deze schermen de temperatuur minder oploopt, waardoor het ’s zomers veel fijner werken is voor de telers.”

Natuur tussen de panelen

Ook biodiversiteit wordt door sommige ontwikkelaars van zonneparken meegenomen, zoals bij Solarpark De Kwekerij in de gemeente Bronckhorst. In dit vrij toegankelijke zonnepark vlakbij een woonwijk krijgen planten en dieren bewust de ruimte tussen de panelen. Water wordt opgevangen in groene waterbekkens, zogenoemde wadi’s, schapen zorgen ervoor dat de boel niet dichtgroeit en buurtbewoners kunnen rondom de panelen een ommetje doen. Ook het ‘ecologische zonnepark’ in het Drentse Ubbena biedt extra ruimte voor natuur. Zo zijn er tal van kruiden tussen de panelen ingezaaid om insecten van voedsel te voorzien.

Geen uitgestrekte zonneweides, maar panelen tussen de natuur. Foto: Solarpark De Kwekerij

Toch is de combinatie van natuur en zonneparken opvallend. Eerder waarschuwden ecologen en natuurorganisaties juist voor de schade die deze parken de natuur en de bodem kunnen berokkenen. Een misvatting, meent Cesar. “Dat idee is gebaseerd op parken waar panelen echt op elkaar staan in een oost-west-opstelling, waarbij je zeg maar gesloten dakjes krijgt. Dan komt er inderdaad nauwelijks licht meer op de bodem. Planten krijgen geen licht en uiteindelijk is er geen voeding meer voor de bodem. Dat wil je natuurlijk voorkomen, je wilt dat het bodemleven na 25 jaar ook nog intact is.”

Voldoende licht voor planten

Juist door panelen verder van elkaar te plaatsen en panelen in te zetten die gedeeltelijk licht doorlaten, is er wel voldoende licht en kan er onder de panelen juist veel leven ontstaan, benadrukt Cesar. “Ook kunnen we door slimme technologie de panelen kantelen om meer licht op de grond te krijgen, bijvoorbeeld op momenten op de dag dat er een overschot aan stroom is.”

Waar genoeg ruimte is voor licht, schieten de kruiden tussen de zonnepanelen omhoog. Foto: Zonneweide Glimmen

Of de komst van een zonnepark ook echt winst voor de natuur betekent, ligt aan de beginsituatie. “Dat is natuurlijk lastig wanneer je zonnepanelen wilt neerzetten in een Natura 2000-gebied. Maar landbouwgronden hebben vaak weinig ecologische waarde, een zonnepark kan dan echt een verbetering zijn.”

Zwemmen in een solarpark

Het combineren van functies kan nog verder gaan. In het Noord-Hollandse Koggenland ontwikkelde de stichting Koggenland Energie Neutraal een plan voor een écht park, ongeveer 5 keer zo groot als de eerdergenoemde De Kwekerij. Het verdiende hiermee in 2021 een plekje in de Duurzame 100 van Trouw.

Het idee ontstond zeven jaar geleden, toen er een streep werd gezet door een gepland bedrijventerrein en er werd geopperd om zonnepanelen te plaatsen. Maar dan wel op een aantrekkelijke manier, dacht de stichting: een combinatie van zonne-energie, een vorm van Community Supported Agriculture à la Heerenboeren én recreatie.

Op de website heeft de stichting al het gewenste toekomstplaatje getekend van het gebied. Onder de zonnepanelen groeien fruitbomen, grazen runderen en lopen kippen. Rondom is water waarin gezwommen kan worden, er lopen wandel- en mountainbikeroutes, er is ruimte voor een voedselbos en natuureducatie.


Het toekomstige zonnepark zoals dat er volgens Stichting Koggenland Energieneutraal uit moet zien. Tekening: Olivier Rijcken/KEN

Betrokkenheid zorgt voor draagvlak

Kunnen deze ingepaste zonneparken wel op draagvlak rekenen? Ton Scholte, voorzitter van de stichting, denkt van wel. “Als je vraagt wie een zonneweide achter zijn huis wil, steekt niemand zijn vinger op. Maar op ons plan reageren mensen wél enthousiast.” Het belangrijkste ingrediënt: alles moet een link hebben met de bewoners. “Het moest iets worden voor de inwoners van Koggenland”, zegt Scholte.

“Liefst willen we dat mensen kunnen participeren, dan is er ook sneller draagvlak. De gemeente is daarom nu ook aan het onderzoeken of het mogelijk is om een eigen energiebedrijf op te richten. En ook daarom willen we zoiets als Heerenboeren waar, mensen lid van kunnen worden, ook op die manier kunnen mensen zelf een beetje onderdeel zijn van het park.”

Zonnepanelen op daken duurt te lang

Veel mensen zullen denken: allemaal leuk en aardig, die groene inpassing van zonnepanelen, maar waarom niet gewoon op het dak? Kay Cesar is het daar op zich mee eens, maar het is op dit moment niet genoeg. “Als 80 % van de daken en gevels bezet is met zonnepanelen, dan hoeven we geen nieuwe zonneparken meer te bouwen op land. Het is de beste, maar ook de traagste optie.

Bij daken zit je met enorm veel eigenaren, technische uitdagingen, problemen met verzekeringen, noem maar op. Die tijd hebben we niet. Daarom moet nu kiezen voor snelheid, maar wel op een verantwoorde manier. Dus geen onomkeerbare schade aan de bodem en het landschap toebrengen om energie op te wekken. Mochten we de zonneparken dan later niet meer nodig hebben, is de grond gewoon weer geschikt voor natuur of duurzame landbouw.”

Meer lezen?

Profile picture for user koen
Koen
Auteur
Koen heeft een neus voor nieuws en hart voor natuur. Schrijft over duurzaamheid en biodiversiteit en is vaak met notitieblok, videocamera of gewoon met wandelschoenen en verrekijker in de natuur te vinden. In april verscheen zijn boek ‘Eksters houden van bling bling’ over alledaagse misvattingen in de natuurwetenschap.